Antwerpen Leewijk uitgelicht

Antwerpen Leerwijk – Een archeologische prospectie

Naar aanleiding van een nieuwbouw werd in opdracht van Gezinszorg Villers vzw een archeologische prospectie uitgevoerd aan de Leerwijk in Antwerpen in oktober 2015. De geplande werken gaan immers gepaard met graafwerken, waardoor het bodemarchief verstoord zal worden. Eerder uitgevoerd archeologisch onderzoek in de nabijheid van het plangebied heeft aangetoond dat er een kans bestaat op het aantreffen van archeologische resten.

De prospectie met ingreep in de bodem leverde hier echter geen relevante archeologische sporen of structuren op. De aangetroffen sporen bleken van natuurlijke aard of hadden een recent karakter. Er werd dan ook geadviseerd om het volledige plangebied archeologisch vrij te geven. De geplande bouwwerken kunnen hier volgens BAAC Vlaanderen bvba verder worden uitgevoerd zonder verder archeologisch onderzoek. Bij de afbraak van het bestaande gebouw en de aanleg van de parking blijft wel de vondstmeldingsplicht behouden.

Lokeren Hoogstraat uitgelicht

Lokeren Hoogstraat 89 – Prospectie op het ruggengebied van Zeveneken

In maart 2016 werd naar aanleiding van een verkaveling aan de Hoogstraat in Lokeren een prospectie uitgevoerd in opdracht van Intrabouw bvba. De archeologische verwachtingen waren vrij hoog gezien de ligging van het plangebied op een dekzandrug in het ruggengebied van Zeveneken. In de onmiddellijke omgeving van het onderzoeksterrein is immers een zeer rijke occupatiegeschiedenis gedocumenteerd. Algemene kennis over nederzettingspatronen in zandig Vlaanderen wijst uit dat deze landschappelijke locaties tijdens vrijwel alle archeologische tijdsvakken een bijzondere aantrekkingskracht hadden.

Tijdens de archeologische prospectie werden in totaal acht proefsleuven en drie kijkvensters aangelegd waarbij enkele bijzonder interessante archeologische sporen en structuren aan het licht kwamen. De oudste periode die gedocumenteerd kon worden was de Romeinse periode op basis van een afvalkuil en een mogelijke paalkuil, beide niet onmiddellijk te koppelen aan een nederzettingsstructuur, al wijst de samenstelling van de vondstencollectie uit de kuil wel op bewoningsactiviteiten. Vervolgens werd ook een groot aantal volmiddeleeuwse sporen aangetroffen die wellicht toebehoren aan een 11e tot 12e eeuws woonerf met een duidelijke fasering.

Gezien de rijkdom aan archeologisch interessante sporen en structuren werd het archeologisch potentieel van het onderzoeksterrein bijzonder hoog ingeschat. Deze waardering wordt gesteund door enkele zeer rijke archeologische sites – te dateren tussen de metaaltijden en de middeleeuwen – op aangrenzende percelen. BAAC adviseerde een bewaring van de archeologische waarden op het terrein in de vorm van een vlakdekkend vervolgonderzoek dat zich concentreert op de sporen en structuren centraal op het onderzoeksterrein. De archeologische waarde van overige delen van het terrein lag te laag om een vervolgonderzoek te kunnen verantwoorden.

Merchtem uitgelicht

Merchtem Wolvertemsesteenweg – Een archeologische prospectie

Eind 2015 werd naar aanleiding van een verkavelingsproject aan de Wolvertemsesteenweg te Merchtem een prospectie uitgevoerd in opdracht van Matexi. De aanwezigheid van een Romeinse villa in de nabije omgeving gaf het projectgebied een hoge verwachting op archeologische resten. Maar tijdens het proefsleuvenonderzoek werden, uitgezonderd enkele recente vergravingen en drainagesystemen, nauwelijks archeologische sporen aangetroffen. Het archeologisch potentieel van het plangebied werd dus bijzonder laag ingeschat, ondanks de nabijheid van een Gallo-Romeins villadomein ten zuidoosten van het projectgebied. Vermoedelijk bevindt verdere Gallo-Romeinse occupatie zich meer naar het zuiden en oosten in de omgeving van de Kwetstenbeek en de Romeinse heirbaan tussen Asse en Rumst. Misschien heeft het onderzoeksgebied dienst gedaan als weiland of akkerland of was het in die periode bebost, maar hier zijn echter geen concrete bewijzen voor.

Onkerzele breekpot uitgelicht

“Den Brekpot” te Onkerzele – Een archeologische prospectie

Naar aanleiding van de realisatie van een woonverkaveling van 11 loten werd eind 2015 in opdracht van Imwo-Invest nv een prospectie met ingreep in de bodem uitgevoerd te Onkerzele. In de ruime omgeving van het dorp zijn weinig tot geen archeologische sites gekend, omdat tot op heden nog maar weinig archeologisch onderzoek heeft plaatsgevonden in de buurt. Historische en cartografische bronnen verwachtten met betrekking tot dit plangebied geen grote archeologische structuren of vondsten.

Uiteindelijk werden tijdens de prospectie zelf een 20 tal sporen geregistreerd waarvan de meerderheid een recente datering kende en enkele natuurlijk van aard waren. De twee aangetroffen greppels kunnen vermoedelijk in verband gebracht worden met de perceelgreppels die te zien zijn op de kaart van Popp en op de Atlas der Buurtwegen uit de 19e eeuw. Het grootste deel van het plangebied was vrij van sporen, de aangetroffen sporen zijn weinig waardevol en kunnen geen nieuwe informatie aanbrengen wat betreft de historiek van de omgeving. Deze bevonden zich bovendien buiten de zones waar ruimtelijke ontwikkeling gepland wordt en zullen bijgevolg volledig onaangeroerd blijven. BAAC Vlaanderen bvba adviseerde op basis van deze resultaten dan ook geen vervolgonderzoek.

Ronse Peperstraat uitgelicht

Ronse Peperstraat 21-31 – Proefputten en een bureaustudie

In het voorjaar van 2016 werd in het kader van een stedenbouwkundige vergunningsaanvraag een prospectie met ingreep in de bodem uitgevoerd in opdracht van Thiers nv aan de Peperstraat te Ronse. De bestaande panden werden gesloopt om plaats te maken voor een nieuwbouw met een totale oppervlakte van 1160m².

Het plangebied, gesitueerd aan de rand van de oudste stadskern, werd onderworpen aan een uitgebreide bureaustudie en archeologisch onderzocht door de aanleg van een aantal proefputten. Door historisch onderzoek en de archeologische data van voorgaande opgravingen werd de kans op het aantreffen van een middeleeuwse stadsgracht met mogelijke wal vrij groot geacht. Ook bebouwingsporen daterende vanaf de 13de eeuw werden mogelijk verwacht.

Uiteindelijk brachten de proefputten laatmiddeleeuwse ophogingen, bewoning in vakwerkbouw, verschillende brandlagen en een stadsgracht, versteningen van de vakwerkbouw in de 17de eeuw, een 18de eeuwse beerput en 19de – 20ste bouwresten aan het licht. Op basis van deze sporen en het aangetroffen vondstenbestand adviseerde Baac Vlaanderen een vlakdekkende opgraving op het zuidelijke deel van het plangebied.

Antwerpen Kempenstraat uitgelicht

Antwerpen Kempenstraat – Bureau- en booronderzoek

Naar aanleiding van een stedenbouwkundige aanvraag werd in opdracht van Eurostation NV een bureauonderzoek en een verkennend paleolandschappelijk booronderzoek uitgevoerd op het einde van 2015. Het onderzoeksgebied is gelegen binnen een serie ontwikkelingen en kadert binnen het totaalproject Antwerpen Nieuw Noord. Deze gaat gepaard met graafwerken waardoor het bodemarchief zal verstoord worden. Door Eurostation NV werden reeds grondonderzoeken verkregen van de firma’s Envirosoil (milieuhygiënisch onderzoek) en GMA (grondmechanisch onderzoek). Op basis van de resultaten van het grondonderzoek (aanwezigheid van veen), en gezien de ligging van het plangebied langs de noordrand van de 16de-eeuwse stadsomwalling werd het zinvol geacht een bureaustudie in combinatie met een verkennend booronderzoek uit te voeren.

Op basis van het bureauonderzoek kon vastgesteld worden dat voor het plangebied een specifieke, middelhoge archeologische verwachting bestaat. In de onmiddellijke omgeving zijn meerdere archeologische vindplaatsen bekend. De meeste daarvan hebben betrekking op verdedigingswerken uit de Nieuwe Tijd. In de directe omgeving zijn evenwel ook enkele vondsten uit de steentijden bekend (neolithicum, mesolithicum). Vindplaatsen uit de steentijden in de omgeving van wetlands zijn daarbij niet ongewoon.

Uit de resultaten van het booronderzoek bleek dat in het plangebied verschillende vegetatieniveaus zijn aangetroffen, die wijzen op rustige, moerassige condities. Deze niveaus konden nog niet worden gedateerd. De top ervan correspondeert mogelijk met de situatie zoals die nog is aangegeven op historische kaarten aan het eind van de achttiende eeuw en het begin van de negentiende eeuw. Een precieze datering voor de alluviale sedimentatie is echter niet voorhanden. In de omgeving van het plangebied zijn verschillende vondsten uit de steentijden gedaan. Indien sommige van deze vegetatiehorizonten ouder zijn, is het niet uitgesloten dat zich hierop vondsten uit de steentijden bevinden.

Voor het plangebied werd dan ook een vervolgonderzoek aanbevolen in de vorm van karterende boringen met tot doel het opsporen van eventuele vindplaatsen uit de steentijden en vondstcategorieën die typerend zijn voor vochtige landschappelijke contexten. Intacte veenlagen uit het Vroeg- of Midden-Holoceen zijn niet aangetroffen. Er dient dus geen waarderend onderzoek op veenstalen te worden uitgevoerd.