Antwerpen Kempenstraat uitgelicht

Antwerpen Kempenstraat – Bureau- en booronderzoek

Naar aanleiding van een stedenbouwkundige aanvraag werd in opdracht van Eurostation NV een bureauonderzoek en een verkennend paleolandschappelijk booronderzoek uitgevoerd op het einde van 2015. Het onderzoeksgebied is gelegen binnen een serie ontwikkelingen en kadert binnen het totaalproject Antwerpen Nieuw Noord. Deze gaat gepaard met graafwerken waardoor het bodemarchief zal verstoord worden. Door Eurostation NV werden reeds grondonderzoeken verkregen van de firma’s Envirosoil (milieuhygiënisch onderzoek) en GMA (grondmechanisch onderzoek). Op basis van de resultaten van het grondonderzoek (aanwezigheid van veen), en gezien de ligging van het plangebied langs de noordrand van de 16de-eeuwse stadsomwalling werd het zinvol geacht een bureaustudie in combinatie met een verkennend booronderzoek uit te voeren.

Op basis van het bureauonderzoek kon vastgesteld worden dat voor het plangebied een specifieke, middelhoge archeologische verwachting bestaat. In de onmiddellijke omgeving zijn meerdere archeologische vindplaatsen bekend. De meeste daarvan hebben betrekking op verdedigingswerken uit de Nieuwe Tijd. In de directe omgeving zijn evenwel ook enkele vondsten uit de steentijden bekend (neolithicum, mesolithicum). Vindplaatsen uit de steentijden in de omgeving van wetlands zijn daarbij niet ongewoon.

Uit de resultaten van het booronderzoek bleek dat in het plangebied verschillende vegetatieniveaus zijn aangetroffen, die wijzen op rustige, moerassige condities. Deze niveaus konden nog niet worden gedateerd. De top ervan correspondeert mogelijk met de situatie zoals die nog is aangegeven op historische kaarten aan het eind van de achttiende eeuw en het begin van de negentiende eeuw. Een precieze datering voor de alluviale sedimentatie is echter niet voorhanden. In de omgeving van het plangebied zijn verschillende vondsten uit de steentijden gedaan. Indien sommige van deze vegetatiehorizonten ouder zijn, is het niet uitgesloten dat zich hierop vondsten uit de steentijden bevinden.

Voor het plangebied werd dan ook een vervolgonderzoek aanbevolen in de vorm van karterende boringen met tot doel het opsporen van eventuele vindplaatsen uit de steentijden en vondstcategorieën die typerend zijn voor vochtige landschappelijke contexten. Intacte veenlagen uit het Vroeg- of Midden-Holoceen zijn niet aangetroffen. Er dient dus geen waarderend onderzoek op veenstalen te worden uitgevoerd.