Wevelgem uitgelicht

Wevelgem Zuid – Een meerperiodesite langs de Leie

Het ruim 3 ha grote plangebied op de valleirand van de Leie heeft een rijk bodemarchief aan het licht gebracht. Met het vlakdekkend onderzoek in de zomer van 2013 zijn sporen van menselijke activiteit aangetroffen met een datering gaande van de late bronstijd tot de Tweede Wereldoorlog.

Wevelgem 1

Een uitzonderlijke vondst zijn twee intacte voorraadpotten uit de late bronstijd/vroege ijzertijd (1000-750 vóór Chr.). De inhoud van de potten bevat verbrande graanresten, emmertarwe en wat akkeronkruid wat wijst op een intentioneel deponeren van graan en zaad. Vermoedelijk gaat het hier om een voorraad die ter bewaring in een kuil is gedeponeerd om het volgende jaar uit te zaaien. Overige sporen van menselijke activiteit en bewoning uit deze periode zijn niet gevonden, al wijst de vondst op bewoning in de late bronstijd/vroege ijzertijd in de onmiddellijke omgeving van het onderzoeksterrein.

Wevelgem 2

Vanaf de late ijzertijd en in de Romeinse periode komt de bewoning binnen het plangebied goed op gang. Getuige hiervan zijn een twintigtal kleinere en grote gebouwen.

Verschillende plattegronden in het zuiden lijken voldoende groot om een woonstalhuis te herbergen, terwijl het in het noorden voornamelijk opslagstructuren en bijgebouwen betreft. Tusen de hoofdgebouwen zijn elementen herkend die enerzijds wijzen op een culturele invloed vanuit het noorden (Alphen-Ekeren-type), alsook op het huislandschap dat heerst op de leemgronden van het zuiden (portiekhuis-type). De structuren 2 en 19 kunnen worden geïnterpreteerd als eenvoudige portiekhuizen met een opbouw bestaande uit vier tot zes diep gefundeerde palen en een toegangspartij. Deze bâtiments à porche/Vierpfostenbau mit Doppelpfostensetzung worden vooral in de leemstreek van Noord-Frankrijk en recentelijk ook in het zuiden van België aangetroffen. Dit type bewoning dateert tussen de 2de eeuw vóór Chr. en de 1ste eeuw na Chr. Hoewel de functie van de portiekhuizen nog ter discussie staat, lijkt deze aan te sluiten bij de woonstalhuizen, waarbij wonen, opslag en het stallen van vee wordt gecombineerd.

De aangetroffen waterput dateert eveneens uit deze periode. Zijn opbouw, waarbij de horizontale elementen met nagels zijn bevestigd op de verticale delen, zijn typerend voor een regio die sterk onder de invloed van de romanisatie stond. Ook de inhoud met zaden van komkommer en koriander wijst op een doorgedreven romanisering.

De geringe spoordensiteit en het nauwelijks voorkomen van structuren die de vergelijking aankunnen met de woonstalhuizen in het noorden doen vermoeden dat ook liggerbouw is toegepast. Deze bouwwijze, die veelgebruikt is in sterk geromaniseerde centra, zoals vici en forten, werd mogelijk ook gehanteerd in verder afgelegen gebieden, maar is door gebrek aan spoorrestanten nauwelijks zichtbaar in de archeologische data.

De kennis van late ijzertijd en vroeg-Romeinse bewoning in deze streek is zeer beperkt. Wevelgem Zuid biedt voor deze beide periodes een aanvulling. Een erf is er langzaam gegroeid, vermoedelijk vanuit het zuiden, op de flanken van de bedding van de Leie, tot een heuse ferme indigène, zoals ze in Noord-Frankrijk reeds veelvuldig zijn opgegraven. Het erf omvatte de vele percelleringsgreppels, verschillende hoofd- en bijgebouwen, en kuilen die getuigen van ambachtelijke en agrarische activiteiten. De gebouwen wijzen op een grenslandschap waarin invloeden van het noorden en het zuiden elkaar ontmoeten.

Na de 2de eeuw na Chr. wordt de nederzetting verlaten en wordt het terrein in de middeleeuwen in gebruik genomen als akker- en weiland. Pas in het begin van de 20ste eeuw is er terug activiteit en enige vorm bebouwing op de site met twee mitrailleursplatformen uit de Eerste Wereldoorlog. Schuttersputjes, prikkeldraadlijnen en de resten van een uitrusting van een soldaat herinneren aan de hevige gevechten tussen Duitse troepen en Belgische soldaten tussen 23 en 28 mei 1940.

Wevelgem 3